Getemde kat

CARROS Magazine – augustus 2020

Per Jaguar E-Pace over de Ierse ‘Wild Atlantic Way’

De vijf dagen durende trip in een Jaguar E-Pace P200 AWD vond plaats onder on-Ierse omstandigheden: strakblauwe luchten en nauwelijks wind. Je zou bijna denken dat er een Mediterraan land was opgezocht. Maar niets is minder waar.

DUBLIN

De reis begint echter in stormachtig Hoek van Holland. Meteen na het inschepen wordt duidelijk dat het een ‘bumpy ride’ naar Harwich gaat worden. Met nog ruim 18 uur aan reistijd te gaan zitten we dus al meteen midden in het avontuur. Ons plan is namelijk om al de volgende avond Dublin te bereiken. Maar dan moeten we eerst nog wel de boot van 13.30 uur vanuit Holyhead, in Wales, halen.

Shaken & stirred bereiken we in de vroege ochtend het Britse vasteland. Voor onze vierwielaangedreven E-Pace met tweeliter viercilinder motor, goed voor 200 pk, is de dwarsdoorsteek naar het uiterste noordwestelijke puntje van Wales een ‘walk in the park’. Ondanks de haast die we voelen om tijdig de volgende ferry te halen doen we het rustig aan. Het gemiddeld verbruik van zo’n 1:9 is desondanks redelijk fors. Daar tegenover staat, met dank aan het Adaptive Dynamics System, een heerlijk soepel en comfortabel rijgedrag. De E-Pace is in deze uitvoering niet de snelste van het gamma. Maar goed, na een (ingecalculeerde) wegafsluiting met een onmogelijke omleiding doemen in de verte dan toch eindelijk de besneeuwde toppen van Snowdonia op. Hét teken dat we de Britse westkust hebben bereikt. Als kers op de taart is ook hier de wind guur. En aan de schuimkoppen te zien zullen we ook tijdens deze overtocht onze zeebenen moeten testen. Iets dat ons wonderwel lukt, waarna we Dublin bereiken voor een veel te korte tussenstop. We bewaren deze hippe vesting van start-ups, scale-ups en fin tech-successen graag voor een volgende reis.

MACHTIGE KLIFFEN

De Wild Atlantic Way is in 2014 bedacht project, waarmee slimme marketeers wilden laten zien dat Ierland méér te bieden heeft dan trekpleisters als Dublin en Galway. We rijden van Donegal, in het uiterste noorden, tot aan de zuidelijke schiereilanden Dingle, Kerry en Bearra. Om optimaal van het natuurschoon te kunnen genieten is het raadzaam hier, ruimer dan wij, de tijd voor te nemen.

Graafschap Donegal staat bekend als de vergeten noordwest hoek, en als je er bent snap je meteen waarom. Er is nauwelijks een toerist te bekennen, met regelmaat bekruipt je hier het gevoel alleen op de wereld te zijn. Zeer indrukwekkend zijn de machtige, 600 meter hoge kliffen van Slieve League. Diep beneden ons spatten de woeste golven uiteen. Let wel: de diverse wandelpaden op en rond de kliffen zijn zelfs voor gevorderden best een uitdaging. Bovendien komen hier regelmatig plotselinge regenbuien en mist voor. Verder zijn de wegen in deze uithoek smal en is het asfalt af en toe slecht. Zelfs onze Jaguar heeft het hier bij tijd en wijle moeilijk, mede omdat hij de power ontbeert die de duurdere uitvoeringen wel aan boord hebben. Geboeid zien we hoe het verbruik hier omhoog schiet door het constante optrekken en afremmen voor alle bochten en klimmetjes. Weldra wordt het wegdek echter beter en verandert het traject in een feest voor elke autorijder.

VERWARRING

Eigenlijk is ‘E-Pace’ best een verwarrende naam voor de auto waarmee we op pad zijn. Je zou vanwege die E denken dat het om de elektrische variant gaat, maar die heet I-Pace. En aangezien de E-Pace het kleine broertje van de F-Pace is, en de E in het alfabet vóór de F komt… afijn, u snapt het nog? De instapdiesel kent een vanafprijs van 55 mille. De door ons gereden benzine-variant komt inclusief diverse opties op net geen tachtigduizend euro. Door het gewicht van ruim achttienhonderd kilogram is hij als eerder gememoreerd niet bijster snel. En het zicht rondom is beperkt.

Via Bundoran, dé surfhoofdstad van Ierland, bereiken we Sligo. Gelegen aan de voet van de door legenden omgeven berg Ben Bulben is de provinciehoofdstad een bezienswaardigheid op zich. De wildstromende Garvogue River splijt de stad in tweeën. We strijken neer in een van de kroegen aan de Riverside. Naast de Ierse gewoonte om op zo ongeveer elk moment van de dag een Guiness te kunnen drinken wordt in deze kroegen veel muziek gemaakt. Je moet er van houden, maar de sfeer is ontegenzeggelijk gemoedelijk. En ja, wij waren in Ierland vóórdat het coronavirus Europa definitief bereikte.

FORSE TRIP

De Wild Atlantic Way is goed bewegwijzerd en leidt langs een grote diversiteit aan indrukwekkende landschappen. De vele kapen in het noorden, de surfkust in het midden en de schiereilanden in het zuiden: elk gebied heeft zijn eigen identiteit en trekt ook z’n eigen publiek. Surfers, natuurliefhebbers en vooral veel wandelaars, zoals het Ierse echtpaar-op-leeftijd Jack en Mary. Als wij al vinden dat we een forse reis maken: zij doen de Wild Atlantic Way van zuid naar noord. Te voet. Ieder zijn ding zullen we maar zeggen. De ruigheid van het land staat overigens in schril contrast met de hartelijkheid van de lokale bevolking. Verstrooid door het landschap liggen dorpjes met een bonte verzameling van fel gekleurde huizen, een kerk en een onvermijdelijke pub.

ATTRACTIE

Nadat we hebben kunnen opladen in culturele hoofdstad Galway, zakken we met onze Jaguar af naar de het gebied rondom de Cliffs of Moher. Een toeristische attractie van formaat. Als goede Hollanders weigeren we onze E-Pace op de 8 euro kostende parkeerplaats te zetten. We rijden dan toch maar liever door naar Liscannor, om vandaar de wandeling naar de kliffen te maken. Spectaculair en, want zo zijn we ook wel weer, gratis.

STERKE VERHALEN

Ierland is vergeven van legendes. Elk plekje, elke berg heeft zijn eigen mythe. Verhalen vertellen is hier een soort van nationale kunstvorm. Niet voor niets komen hier enkele van ‘s werelds bekendste schrijvers en dichters vandaan, zoals Oscar Wilde, James Joyce en Bram Stoker. En al snel ondervinden ook wij aan den lijve dat het land bevolkt wordt door verhalenvertellers. Bij één van de vele points of interest die we passeren spreken we de Duke of Ballyduff. Althans, zo stelt deze zonderling zich aan ons voor. Zijn ietwat roestige, maar kennelijk nog altijd goed lopende Jaguar XJ6 uit 1969 heeft alle kenmerken van ‘oud geld’. Na een kort gesprek over het ooit zo Britse merk vertelt hij ons een behoorlijk ongeloofwaardig verhaal. Of wij wel wisten dat niemand anders dan The Prince of Wales hier een hide-out heeft? Vol scepsis knikken we beleefd en zwaaien we de goedlachse Duke uit. Maar iets later, weer onderweg, worden we wel degelijk ingehaald door twee identieke Range Rovers. Op hoge snelheid rijden ze op minder dan twee meter afstand van elkaar. Natuurlijk proberen we ze even bij te blijven, maar dat is met onze E-Pace geen optie. Als we vervolgens in de verte zien hoe de auto’s een zijweggetje inschieten is onze interesse gewekt. Die avond toont BBC News dat William en Kate een bezoek aan Dublin brachten. Had die malle Duke dan toch gelijk?

DOLFIJNEN

Op de boot van Killimer naar Tarbert vertelt kapitein Paddy uitgebreid over de extreem sterke getijden in de rivier Shannon. We twijfelen geen moment aan zijn sterke verhalen en leren ook dat er in de rivier scholen dolfijnen zijn die grote hoeveelheden zalm opjagen. Net op het moment dat we toch een beetje beginnen te twijfelen aan zijn betoog verschijnen er pal voor de boeg van het schip een aantal vinnen die onmiskenbaar van dolfijnen zijn. We besluiten nooit meer aan de woorden van kapitein Paddy te twijfelen. Althans, tot hij ons ineens bezweert een haaienvin te zien…

We zetten koers naar het zuidwestelijk gelegen schiereiland Dingle. De schoonheid van het landschap wordt elke kilometer mooier! Bovenop de Conor Pass is het uitzicht adembenemend. Rij ook vooral naar de nabijgelegen Ring of Kerry, maar verwacht daar, zeker in het hoogseizoen, volle wegen. Beter is het om de iets oostelijker gelegen Ring of Bearra te rijden. Rustiger, ruiger en volgens de locals het ‘echte Ierland’. Uitvalsbasis om deze schiereilanden te bezoeken is Kenmare. Een typisch Iers stadje met voldoende eet- en slaapgelegenheid. Vul hier ook de brandstoftank, want naarmate we de bewoonde wereld meer en meer achter ons komt te liggen stijgt de brandstofprijs exponentieel.

Als we Cork bereiken, na Dublin de grootste stad van het land, zit onze magnifieke reis erop. Plots slaat het weer om. De storm die ons vervolgens op onze lange weg naar huis begeleidt had goed gepast in het Ierse landschap. Alsof de goden ermee spelen.

Met dank aan Tourism Ireland